Waarom zei Dijsselbloem niet: ‘onacceptabel’?

zalmGezien het politieke nummer dat Den Haag heeft gemaakt van de tonnen van ABN Amro blijft het intrigerend wat minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën wanneer wist. En wat hij deed. De brief die hij gisteravond naar de Tweede Kamer stuurde geeft enige opheldering, maar deels is het ook een woordenspel.

Dijsselbloem had twee salariskwesties met ABN-baas Gerrit Zalm uit te vechten. Er lag nog een uitgestelde bonus van 2 ton uit 2010 en er was de salarisverhoging met 1 ton uit 2012. Duidelijk is dat Dijsselbloem hierover een stevig gevecht aanging met Zalm. Onduidelijk is of hij deze hele beloningskwestie in één keer goed afhandelde.

“Op 7 maart 2014 voerden wij (Dijsselbloem en Zalm, MV) een eerste gesprek over de uitgestelde variabele beloning over 2010 en het besluit uit 2012 over de salarisverhoging. Op 19 maart 2014 bevestigde de heer Zalm mij dat de bestuurders afzagen van de uitgestelde variabele beloning over 2010. Tegelijk memoreerde de heer Zalm dat in het gesprek was vastgesteld dat de verhoging van het vaste salaris in 2012 volgens alle regels was toegekend en dat ik dat zou verdedigen. De heren Zalm en Van Slingelandt (voorzitter van de Raad van Commissarissen) schreven in hun brief van 11 augustus 2014 aan NLFI (instituut dat de aandelen beheert, MV): “De minister heeft daarop toegezegd dat hij de uitkering van deze toeslag zal verdedigen en heeft zijn tevredenheid geuit over de wijze waarop de beloningsdiscussie is opgelost”.”

Oftewel: Dijsselbloem wist in maart vorig jaar al te voorkomen dat die oude bonus uit 2010 alsnog uitbetaald zou worden. Bonussen bij staatsgesteunde banken waren immers verboden. Maar hoe zit het met de verhoging van het vaste salaris met 1 ton? Die was in 2012 toegekend en de bestuurders zagen er in 2012 en in 2013 van af, maar zouden ze dat in 2014 weer doen? Dat wordt hier niet expliciet gemeld.

Raadselachtig is echter waarover hij precies zijn “tevredenheid” uitte. Zeker omdat wel gerefereerd wordt aan de vaste salariskwestie uit 2012, maar niet over feit dat bestuurders die verhoging met 1 ton in 2014 voor het eerst zullen accepteren.

“De heer Zalm noemde de verhoging van het vaste salaris in de brief van 19 maart 2014 overigens ook een ‘vervanging’ van de uitgestelde variabele beloning over 2010. In mijn antwoordbrief van 14 april 2014 heb ik gemarkeerd dat het ging om twee verschillende onderwerpen: afzien door de bestuurders van de uitgestelde variabele beloning én de constatering dat de verhoging van het vaste salaris in 2012 juridisch en bestuurlijk correct was verlopen. Ik noemde om die reden in mijn brief dat van ‘vervanging’ dus geen sprake was.”

Dijsselbloem wil de twee kwesties duidelijk uit elkaar houden. Blijkbaar was de minister bang dat hij aan de verhoging van 1 ton vast zou zitten, omdat hij de bonus van 2 ton had geblokkeerd. Naar verluidt was strijd over bonus van 2 ton tussen beide heren stevig. Wellicht heeft Dijsselbloem in deze fase daar meer aandacht voor gehad dan voor het vaste salaris.

“Tot slot schreef ik dat ik tevreden was dat de beloningskwestie was opgelost. De bestuurders zagen immers af van hun uitgestelde variabele beloning.”

Hier suggereert Dijsselbloem dat hij alleen tevreden was over het afzien van de bonus uit 2010. Eerder leek die tevredenheid ook over verhoging van het vaste salaris te gaan.

“Op 22 en 29 september 2014 tenslotte spraken wij opnieuw over de salarisverhoging. Ik heb in deze gesprekken wederom aangegeven de salarisverhoging slecht verdedigbaar te vinden, maar aangezien de RvC eraan vasthield, het op juridische en bestuurlijke gronden te zullen verdedigen.”

Aha, “wederom”. De verhoging met 1 ton was dus inderdaad eerder besproken. En die was zowel “slecht verdedigbaar” als “te verdedigen”. Klinkt niet echt als een njet.

“Ik heb de Tweede Kamer op 1 juli 2013 geïnformeerd over het besluit van de RvC om gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid tot verhoging van het vaste salaris. Dat was bij de beantwoording van Kamervragen van het lid Merkies over beloningen in de financiële sector . Daarbij heb ik ook gemeld dat de RvB in 2012 en 2013 van de toegekende verhoging heeft afgezien. Anderhalf jaar later heb ik dit nogmaals gemeld tijdens het debat over de Wet beloningen financiële onderneming op 2 oktober 2014.”

Hier gaat Dijsselbloem op specifieke vragen van de Tweede Kamer in. Daarin zit enige herhaling van het eerdere verhaal, soms met nieuwe inzichten. Dit gaat over de vraag wat hij aan de Kamer heeft gemeld. Er lijkt hier te staan dat hij de Kamer heeft ingelicht over de salarisverhoging. Maar dat staat er feitelijk niet. Hij heeft gemeld dat de verhoging in 2012 was toegekend (oud nieuws) en dat de bestuurders er twee keer van afzagen (ook oud nieuws). Er staat niet dat de bestuurders de verhoging met 1 ton de derde keer wel incasseerden (nieuw nieuws).

Tijdens het vragenuur vorige week dinsdag zei hij al dat hij de Kamer eerder had ingelicht:

“We hebben eerder wel gekeken naar de juridische mogelijkheden. Daarom heb ik in oktober of november 2014 aan de Kamer gemeld dat dit zou gebeuren. Het was mij al duidelijk dat men niet langer zou afzien van een salarisverhoging. Ik dat toen aan de Kamer gemeld.”

Navraag bij het ministerie leert dat dit in dat genoemde debat van 2 oktober 2014 zou zijn geweest. Daar zei hij dit:

“In die antwoorden heb ik ook aangegeven dat de raad van commissarissen van ABN AMRO aan de raad van bestuur, met uitzondering van de voorzitter, op basis van die wettelijke overgangsregeling dat men een compenserende verhoging mocht bieden van 16,7% van het vaste salaris, deze extra heeft toegekend met ingang van 1 januari 2012. Bij ABN is dat twee keer eenmalig uitgesteld. Dit heeft zich allemaal al voorgedaan op basis van het wettelijk kader dat eind 2012 uitgebreid is besproken in deze Kamer. De Kamer heeft dat geaccordeerd, dus dat was mogelijk en toegestaan. ”

Geen expliciete melding dus van het wél door laten gaan van de verhoging over 2014.

En dan komt opnieuw de bespreking met ABN Amro in maart 2014 aan de orde in de brief van gisteravond:

“In maart 2014 ben ik geïnformeerd over het feit dat de bestuurders met ingang van 2014 de salarisverhoging zouden ontvangen.”

Zie je, dus toch. Was dit de beloningskwestie die naar tevredenheid was afgehandeld?

“Ik heb toen geconcludeerd dat de salarisverhoging volgens de regels en op basis van de wet is toegekend, daardoor juridisch en bestuurlijk correct is verlopen en in dat licht verdedigbaar. Het voor mij als aandeelhouder en minister relevante besluitvormingsmoment is immers de door de RvC toegekende verhoging uit 2012, die zijn basis vindt in de wet. Ik kon dit besluit als minister noch als aandeelhouder terugdraaien.”

Dit was ook de redenering van Dijsselbloem in de laatste dagen: juridisch was er niks tegen te doen.

“Ik heb er echter geen misverstand laten bestaan over wat ik vind van een dergelijke salarisverhoging. De salarisverhoging is niet goed voor het vertrouwen in de financiële sector in het algemeen en in ABN AMRO in het bijzonder en stuit op onbegrip bij klanten, medewerkers en andere burgers. Ik heb de leiding van de bank gewezen op deze maatschappelijke context.”

Dijsselbloem heeft er geen misverstand over laten bestaan. Toch besloot de top van ABN Amro de verhoging met 1 ton door te zetten. En de enige aandeelhouder liet het erbij.

Nu zitten alle partijen met de gebakken peren. De top van de bank maakte een enorme inschattingsfout. Niet alleen de politiek en de samenleving kwamen in opstand, ook het eigen personeel.

En Dijsselbloem liet het erop aankomen, op het meest gevoelige moment denkbaar. Namelijk vlak voor de aankondiging van de beursgang. Als hij vorig jaar al het “onacceptabel” had uitgesproken, was het niet zo’n rel geworden. Nu zijn er alleen maar verliezers. Op Henk Nijboer na dan. Die zit zich thuis op de bank te verkneukelen dat hij de topbankiers op de knieën heeft gekregen.

 

2 gedachten over “Waarom zei Dijsselbloem niet: ‘onacceptabel’?

  1. Herman Frank

    Met andere woorden “Il Duro” heeft voet bij stuk gehouden en Minister Dijsselbloem kon er niets anders tegen inbrengen dan “dat het legaal en contractueel correct was, maar een publiek probleem zou kunnen worden”. En vervolgens geeft hij het blikje een hard schop en het kijlt verder over de weg.
    Zo ken ik nóg een paar heikele punten die alleen maar vooruitgeschoven worden. Het punt ligt daar midden op de weg te wachten op de fietsband die komt, die komt. “Pssssst!” Lekke band, pech, pech …..
    Gewoon even stoppen, afstappen, band plakken, oppompen, blikje een fikse schop geven …. en daar gaan ze weer.
    Het publiek kijkt elkaar aan, trekt de schouders op en fluisterd tegen elkaar “Wat voor coureurs zijn dit eigenlijk??”

  2. Pingback: Arme Zalm, arme Dijss…ze wilde commotie juist voorkomen | Vissers voetnoot*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *