Waarom ‘monsieur le facteur’ wél eerder met pensioen mag (misschien)

Kleuteronderwijzer, zeeloods, luchtverkeersleiders, spoorleggers, vuilnisophalers, militairen, brandweermannen, postbodes. Zomaar een greep uit de lijst zware beroepen die minister Daniel Bacquelaine van Pensioenen heeft opgesteld met de Belgische vakbonden. Deze beroepen komen uit de lijst voor overheidspersoneel, aan eenzelfde lijst voor de private sector wordt nog gewerkt.

België is een paar stappen verder met de zware beroepen-discussie dan Nederland. Bij ons is dit debat dood verklaard. Mensen in een fysiek of mentaal zwaar beroep eerder AOW gunnen is onmogelijk gebleken. Wie wel en niet een zwaar beroep heeft, is nogal arbitrair. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken is dan ook niet van plan die discussie te heropenen naar aanleiding van de ontwikkelingen bij onze zuiderburen, zo laat hij via zijn woordvoerder weten:

“In Nederland is sinds 2009 geprobeerd te komen tot een regeling voor een groep mensen met een zwaar beroep. Door opeenvolgende kabinetten én door sociale partners is geconcludeerd dat een regeling voor zware beroepen niet valt uit te werken. Zowel inhoudelijk als in de uitvoering zijn er sterke beperkingen. Een definitie kan niet goed worden afgebakend en is daardoor onbeheersbaar en lastig uitvoerbaar.”

In België proberen ze het tóch. Overigens is het daar nog lang geen gedane zaak, want de Vlaamse coalitiegenoten (Open VLD en N-VA) van de minister van Pensioenen hebben de lijst nog niet aanvaard. Zij vrezen dat het pensioensysteem veel te ruimhartiger wordt met zo’n lange lijst van zware beroepen.

Interessant blijft evenwel de dappere poging van de Belgen. Ik zie allerlei haken en ogen, maar zij doen driftig hun best om die lijst zo objectief mogelijk te maken. Daartoe zijn er vier criteria opgesteld. Aan hoe meer criteria je voldoet, hoe zwaarder je functie en hoe eerder je met pensioen mag.

Het gaat om: Het gaat om de volgende criteria: 1 lichamelijk belastende arbeidsomstandigheden (fysiek zwaar werk), 2 belastende werkorganisatie (ploegendiensten, nachtdiensten), 3 emotionele of mentale werkbelasting; (stress) en 4 verhoogde veiligheidsrisico’s (politie, militairen, brandweer). En zo ontstaat er een puntensysteem en een uitsplitsing van lichte zware beroepen (leerkracht lager onderwijs) en zware zware beroepen (militair).

Het lijkt wel alsof in Nederland de FNV de moed al heeft opgegeven. De vakbond ziet de Belgische poging niet als een aanmoediging het nogmaals in Nederland te proberen. De bond verkiest een sectorale aanpak:

“Wij volgen de discussie bij onze zuiderburen met belangstelling, en zijn zelf in verschillende sectoren zoals de bouw maar ook politie, brandweer, gevangeniswezen en defensie bezig om te onderzoeken hoe je we eerlijk stoppen voor bepaalde beroepen kunnen regelen. In de sectoren kunnen ze zelf het beste beoordelen welke beroepen dat zouden moeten zijn.”

Nadeel van die aanpak is natuurlijk dat die niet voor de AOW kan gelden, want dat is een landelijke regeling en geen sectorale. Dan kun je in bijvoorbeeld de bouw of de metaal alleen iets regelen via vroegpensioen. Allemaal mogelijk natuurlijk, maar die regeling wordt dan wel binnen de sector betaald. Bouwvakkers betalen dan voor het vervroegd pensioen van bouwvakkers. Dat kan nog wel eens een dure grap worden.

Overigens ziet Koolmees ook zo’n sectorale aanpak niet zitten:

“Het afbakenen van zware beroepen tot bepaalde sectoren biedt ook geen oplossing. Binnen sectoren is sprake van diversiteit in de zwaarte van beroepen, afhankelijk van de functie die mensen hebben binnen een organisatie. Bovendien kan de inhoud van werk in de loop der tijd veranderen.”

Rest de nieuwste vinding van de FNV om in te zetten op AOW na 45 dienstjaren. Ook zoiets gebeurt in België. Alleen is de Belgische AOW een werknemersverzekering waarvoor de dienstjaren van werkenden al decennialang zijn bijgehouden. De Nederlandse AOW is er voor iedereen vanaf 66 jaar, ongeacht het aantal gewerkte jaren. Een betrouwbare administratie van het werkverleden van alle Nederlanders bestaat dus niet. Zo ver het leuke plannetje van de FNV.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *