TV: Het noodlot is net een speelfilm

Stuk

Zeg eens eerlijk. Als je leest dat er een documentaire op televisie is over een revalidatiecentrum, ga je dan kijken? Heel misschien, als je speciale interesse hebt in de verpleging. Maar heel aantrekkelijk klinkt het toch niet?

Maar als Hokjesman-regisseur Jurjen Blick het maakt, is het echt een ander verhaal. Dat blijkt wel als je Stuk gaat kijken, de vierdelige docu-reeks van de VPRO. Ik keek de eerste aflevering gisteravond (en loop daarmee een weekje achter, want nummer twee is net uitgezonden). Dit is letterlijk een ander verhaal. Want Blick is er op magistrale wijze in geslaagd zijn documentaire als een verhaal te vertellen, in een mozaïekvertelling.

Dit is geen doorsnee-reportage van een zorginstelling, dit is een verhaal over mensen van vlees en bloed. Mensen die in een oogwenk hun leven totaal zagen veranderen, mensen die getroffen zijn door het noodlot. Maar ook mensen die hun demonen op afstand houden door voor anderen te zorgen, veel en intensief te zorgen.

Binnen één aflevering hou je van deze mensen, die op de website van de VPRO ‘personages’ worden genoemd. Heel begrijpelijk, want Stuk is opgebouwd alsof het een speelfilm is. In stapjes leren we de ‘personages’ kennen, niet alle informatie wordt in één keer weggegeven. Laagje wordt op laagje gelegd. Of beter gezegd: er komt steeds weer een laagje ónder, want gaandeweg worden de karakters verder uitgediept.

Monique

Ik heb met diepe bewondering zitten kijken. Op twee niveaus. Diepe bewondering voor het verzorgend en verplegend personeel. Je kunt niet anders dan houden van Monique, die wonden-specialist. De zorg en aandacht die zij schenkt. Bewondering voor het vakmanschap ook van haar en haar collega’s. Verder ook bewondering voor de manier waarop de door het lot getroffenen omgaan met dat lot. Hartverscheurend soms.

De andere laag van bewondering is voor de makers. De zeer persoonlijke verhalen worden door de voiceover (ook regisseur Blick) verteld. Wat we de mensen zelf horen en zien zeggen is meestal alledaags. Maar het échte verhaal wordt verteld door de maker. In de verleden tijd, alsof we een boek lezen. De woorden zijn zo mooi gekozen, soms poëtisch, soms filosofisch. Altijd raak.

Ongelofelijk hoeveel gesprekken en research nodig zijn geweest om deze levensverhalen te kunnen vertellen. Ik heb er met open mond naar zitten kijken en luisteren. Ik probeer me voor te stellen hoe de makers met uren aan filmmateriaal en uren aan interviews proberen dit verhaal zo te construeren zoals het is geconstrueerd. Echt vakmanschap.

En dan heb ik nog nauwelijks iets gezegd over die personages, naast Monique nog veel meer diep menselijke, hartverwarmende mensen. Je zit zo dicht op hun huid dat je niet anders kan dan meegaan in hun verhaal. Doorzetter Paul White die van de trap viel en nu plots geen leven van avontuur en sport meer heeft. Hoe hij zich door het ochtendritueel moet worstelen waarin de verpleegkundigen twee uur in de weer zijn met zijn lijf. Je ziet een zwaar gehandicapte, maar probeer even te bedenken dat Paul in zijn hoofd nog altijd diezelfde levenslustige Paul is van voor het noodlot. Om de kriebels van te krijgen.

En als cadeautje krijg je dan ook nog een prachtige intro gemaakt door Erwin Olaf. Nou, dan weet je het als kijker wel: dit moet wel bijzondere productie zijn. En dat is het ook. Laat ik nooit meer iemand horen dat er geen bal op tv is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *