Onhaalbare eis aan de Grieken

Ik weet het, er is het nodige af te dingen op mijn pleidooi voor schuldkwijtschelding voor de Grieken. De schuld is dankzij looptijdverlenging en renteverlaging al een stuk houdbaarder dan die eerder nog was. En ik begrijp de argumenten over de precedentwerking ook heel goed. Verder wordt de Griekse zaak er niet beter van nu geflirt wordt met de Russen en de nieuwe regering prompt allerlei maatregelen terugdraait zonder eerst te onderhandelen met de geldschieters uit de eurozone.

Maar de basisvraag is toch: is de schuld terug te betalen? Als het antwoord nee is, is de eis voor terugbetaling domweg irreëel.

Eerder schreef ik al over de laatste schuldhoudbaarheidsanalyse van het IMF. Daaruit bleek dat de schuld – ook na de versoepeling van eind 2012 – kantjeboord houdbaar is. De vraag is echter, welke veronderstellingen liggen aan die analyse ten grondslag.

Ik wil er graag eentje uitpikken, een nogal cruciale. Griekenland heeft inmiddels alweer een primair overschot op de begroting. Dit is het begrotingssaldo exclusief rentelasten. Dat primaire saldo moet in 2015 op 4,5% van het bbp uitkomen en daar langjarig op blijven staan.

Is dat realistisch? Hoe doet een ander land dat? Neem een oerconservatief land. Een land dat geen geld over de balk smijt en niet op de pof leeft. Nederland bijvoorbeeld.

Zie hier het primaire begrotingssaldo van Nederland van 1970 tot nu. Hoe vaak hebben wij het saldo gehaald dat van Griekenland nu langjarig wordt geëist? Twee keer.

primair

Niet voor niets veronderstelt denktank Bruegel dat op zijn best een langjarig primair overschot van 3,1% haalbaar is. Dat wijst de ervaring in vergelijkbare gevallen uit, stelt Bruegel.

Om de eis wel te halen, moet Griekenland jaar na jaar na jaar blijven bezuinigen. Niet de absolute hoogte van de schuld (175%) is dus problematisch, maar de manier waarop die schuld verminderd moet worden. Oud-IMF-topman Reza Moghadam schreef gisteren in de FT:

“Current plans call for the primary fiscal surplus, which excludes the cost of servicing debt, to rise from 1.5 per cent of gross domestic product in 2014 to 4.5 per cent in 2016 and beyond. This would threaten social cohesion and wreck any prospect of economic recovery. Politically, it is out of reach. Meanwhile, the debt overhang is holding back investment and public confidence.”

Moghadam pleit dan ook voor een halvering van de Griekse schuld. FT-commentator Martin Wolf ging daar vandaag op door:

“The politically convenient approach is to continue to “extend and pretend”. Undoubtedly, there are ways of pushing off the day of reckoning still further. There are also ways of lowering the present value of interest and repayments without lowering the face value.

All this would allow the eurozone to avoid confronting the moral case for debt relief for other crisis-hit countries, notably Ireland. Yet such an approach cannot deliver the honest and transparent outcome that is sorely needed.”

Per email vroeg ik Wolf nog of er nog andere argumenten waren dan louter honesty en transparancy om liever voor kwijtschelding dan looptijdverlenging en renteverlaging te kiezen.

“Greece would still be borrowing at a floating rate. That creates serious uncertainty. If, however, Greece were offered a low and fixed rate, I would have a smaller objection. Nevertheless, the big advantage of a write down is that it would make clear to all outside investors is that the debt issue is firmly in the past.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *