De schaduwzijden van het sociaal akkoord

mariette-hamer-14In april 2013 sloten kabinet, werkgevers en vakbonden het sociaal akkoord. Daarmee werden de rijen gesloten, kon het kabinet verder met hervormingen en werd de positie van Ton Heerts als gematigde voorzitter van de FNV verzekerd. Of het sociaal akkoord inhoudelijk goed was, kwam op de tweede plaats.

In het sociaal akkoord spraken de drie partijen af dat de verkorting van de WW-duur van 3 naar 2 jaar kon worden gerepareerd in cao’s. Het kabinet zou die compensatie dan algemeen verbindend verklaren. Verder werd het ontslagrecht van vaste werknemers vereenvoudigd en mochten werkgevers flexwerkers nog maar twee jaar een tijdelijk contract aanbieden in plaats van drie jaar.

Naast het akkoord tussen kabinet en polder was er een nog veel uitgebreider akkoord tussen werkgevers en vakbonden onderling. Daarin werd de vakbeweging een centrale positie in de uitvoering van de WW gegund. Op die manier zouden de vakbonden een vaste voet aan de grond krijgen in de sociale zekerheid. Een aantrekkelijk perspectief voor een organisatie die vecht om zijn voortbestaan.

Afgelopen vrijdag kwam de Sociaal-Economische Raad (SER), onder leiding van PvdA’er Mariëtte Hamer, met een advies over al deze onderdelen. Dat advies had een uitwerking (en daarmee een bevestiging) van het sociaal akkoord moeten zijn. Inclusief de minder verstandige elementen. Maar dat liep een beetje anders.

Nu de FNV de bestaanscrisis heeft overleefd, is bij werkgevers de noodzaak verdwenen om de vakcentrale nog te hulp te schieten. Naar verluidt vonden werkgevers het eigenlijk een heel slecht idee om de bonden een belangrijke rol in de uitvoering van de WW te geven. Ervaringen uit het verleden met bedrijfsverenigingen en arbeidsbureau hebben immers geleerd dat je polderbelangen niet moet vermengen met de sociale zekerheid. Dat brengt alleen maar ellende.

In het SER-advies is de rol van vakbonden bij de uitvoering van de WW dan ook uitgekleed. In vriendelijke woorden weliswaar, maar Heerts heeft een blijvende positie in de sociale zekerheid niet meer op een presenteerblaadje. Zo mogen de bonden hooguit meedingen in een aanbesteding naar een rol in de 35 arbeidsmarktregio’s en de polder krijgt op zijn best een adviesrol wat betreft het regionale arbeidsmarktbeleid. Allemaal nogal vrijblijvend.

Dat wil men bij de SER liever niet horen. In de krant van donderdag beschreef ik op basis van een conceptadvies al hoe de rol van de vakbonden is uitgekleed vergeleken met de aanvankelijke ideeën uit het sociaal akkoord. Volgens een woordvoerder van de SER was dat voorbarig en moest ik het definitieve advies afwachten. Blijkbaar mocht het feestje niet vooraf verpest worden. Uiteindelijk bleek het uitgelekte concept op deze onderdelen exact hetzelfde als het definitieve advies.

De echte domper op de feestvreugde kwam van de Nederlandsche Bank en het Centraal Planbureau. Beide instellingen zijn vertegenwoordigd in de SER in de persoon van kroonleden Job Swank en Laura van Geest.

Zij weigerden te tekenen bij het kruisje van het sociaal akkoord. Hun bezwaren zitten met name bij de reparatie van de WW-duurverkorting. Eerder al had het CPB berekend dat de versobering van de WW 20.000 banen zou kunnen opleveren. Repareren doet dat effect teniet, aldus het CPB. Verder twijfelt het CPB of het wel zo’n goed idee is om de rechtspositie van flex steviger te maken, terwijl die van vast nauwelijks veranderd.

Eind 2013 stelde het CPB dan ook:

“De bescherming van werknemers met een tijdelijk contract neemt toe, terwijl die van werknemers met een vast contract gemiddeld gelijk blijft. Deze aanpassing van de ontslagbescherming heeft geen gevolgen voor de structurele werkgelegenheid.”

Maar de echte graat in de keel is de reparatie van de WW-bezuiniging. Werkgevers stribbelen voor de vorm tegen, zo lijkt het. VNO-baas Hans de Boer doet in interviews hier heel stoer over, maar in de praktijk staan de werkgevers nog altijd achter hun toezegging dat derde WW-jaar te zullen repareren. In het SER-advies is zelfs bedacht om het UWV een commerciële verzekering voor dit WW-jaar te laten uitvoeren.

CPB en DNB zien er niets in. En dat lieten ze horen ook. Het leidde tot een verdeeld advies. Meteen op de allereerste pagina laten beide instanties dat weten in een kraakheldere en kritische voetnoot:

“De leden Van Geest en Swank, benoemd namens CPB resp. DNB, steunen het advies niet. Het CPB heeft bij eerdere gelegenheid geconstateerd dat de werkgelegenheidseffecten van de Wet Werk en Zekerheid worden beperkt als gevolg van het sociaal akkoord. Dit advies leidt tot een verdere vermindering van deze effecten door de uitwerking hiervan. DNB is tegen een brede en uniforme reparatie van de beperking van de maximale duur van de WW-uitkering tot 24 maanden, consistent met eerdere publieke uitingen van DNB over de werking en de functie van de WW.”

Tot zover het polderfeestje.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>