AOW-leeftijd stijgt snel… en dat was precies de bedoeling

Actuarissen zijn doorgaans veel slimmer dan ik. Een beetje wiskundig goochelen met demografie gaat al snel mijn pet te boven. Maar als actuaris kun je het ook té ingewikkeld maken.

Daan Kleinloog en Tobias Bastian, partner bij actuarieel adviesbureau Sprenkels & Verschuren, lieten in het FD een bommetje afgaan. Ze hebben berekend dat de AOW-leeftijd op dit moment veel te hard stijgt. De AOW-leeftijd gaat harder omhoog dan de levensverwachting. Wat deze twee actuarissen betreft hoeft de AOW-leeftijd niet al in 2021 naar 67 jaar maar pas in 2022.

Ze hebben de contante waarde van de AOW berekend. En zo de kosten van de AOW op 66 jaar dit jaar vergeleken met de kosten van de AOW op 67 jaar in 2021. Wacht, ik laat ze zelf even aan het woord:

“In onderstaande grafiek is de actuariële contante waarde van de AOW-uitkering vastgesteld bij een ingangsleeftijd van 66 jaar en 67 jaar voor een 65-jarige Nederlander in de jaren 2018, 2021, 2025 en 2026. Hieruit blijkt dat de actuariële contante waarde (lees: kosten) van een AOW-uitkering met ingangsleeftijd 66 jaar tussen 2018 en 2021 naar verwachting met circa 2% toeneemt als gevolg van de toename van de levensverwachting. De waarde daalt vervolgens echter met circa 5% door de verhoging van de AOW-leeftijd van 66 jaar naar 67 jaar. Hierdoor is de waarde van de AOW-uitkering per saldo met circa 3% afgenomen. De stijging van de AOW-leeftijd verlaagt de toezegging vanuit de overheid dus veel meer dan noodzakelijk voor het mitigeren van het effect van de toename van de levensverwachting.”

En dan volgt deze grafiek:

Oftewel: de AOW zou 2% duurder worden als die op 66 jaar zou blijven staan in 2021. Maar vervolgens bespaart het kabinet juist 5% doordat de AOW-leeftijd niet 66 jaar blijft, maar 67 jaar wordt. Per saldo een besparing van 3%. Dat leidt bij de heren actuarissen tot de conclusie:

“Wanneer het doel van de verhogingen van de AOW-leeftijd is om de waarde van deze toezegging over de verschillende generaties gelijk te houden, hoeft op basis van de CBS prognosetafel uit 2017 de AOW-leeftijd pas in 2026 te worden verhoogd naar 67 jaar in plaats van in 2021. Dit jaartal ligt redelijk in lijn met het op 30 mei 2018 gelekte ‘Tekst concept-akkoord pensioenen’, waarin sociale partners het jaartal van 2025 noemen als datum waarop de AOW-leeftijd 67 jaar zou moeten bedragen.”

Tja, waarom nou zo moeilijk doen? Wat de actuarissen zeggen is: de levensverwachting stijgt op dit moment minder snel dan de AOW-leeftijd. Inderdaad, klopt als een bus. Want dat was namelijk ook de bedoeling!

De AOW-leeftijd wordt zodanig vastgesteld dat er een gemiddelde AOW-periode van 18 jaar en 3 maanden is. Daar zitten we nu nog niet, dus groeien we daar naartoe. Vorig jaar was de levensverwachting van een 65-jarig 20,3 jaar. Ga je op je 66e met AOW dan resteren dus gemiddeld nog 19,3 jaar. We kruipen nu dus stapje voor stapje naar die 18,3 jaar toe en daarvoor kan het niet anders of de AOW-leeftijd stijgt iets sneller dan de levensverwachting.

Overigens baseert de wet zich daarbij niet op de levensverwachting nu, maar die inhaalslag is gebaseerd op de levensverwachting tussen 2000 en 2009. Zo staat dat in de wet, legt Marcel Lever van het CPB uit:

Als we in 2021 aangekomen zijn op het punt dat de inhaalslag is afgerond (en dus een AOW-periode van gemiddeld 18,3 jaar resteert) dan begint de AOW-leeftijd pas één op één mee te stijgen met de levensverwachting. Tot die tijd gaat het een beetje sneller, dat hebben de twee actuarissen scherp gezien….en dat was precies de bedoeling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *